Make your own free website on Tripod.com
FEC vergadering 24-11-2003

Voordat ik begin wil ik even duidelijk stellen dat de Kolderstralen niet tegen de Federatie zijn, maar wel tegen het arrogante en monopolistisch denken en handelen van het bestuur. Het bestuur legt ons een dictaat voor van zes bladzijden, de reactie van de Kolderstralen is nog geen twee bladzijden.

Het feit dat de aangesloten verenigingen in 2002 het FEC bestuur om openheid van zaken hebben verzocht, geeft al aan dat men het er niet eens was met de gang van zaken, en dat er blijkbaar te ver was afgeweken van de afspraken uit 1991.

Wij verwijten het FEC dan ook arrogantie, omdat uit de Beleidsnota blijkt dat het FEC bestuur in 1991 de aanbevelingen van de Federatie Eindhovense Carnavalsverenigingen volledig aanneemt, en deze vervolgens een jaar later, in 1992, simpelweg in de prullenbak gooit, om zich volledig te gaan richten op de eigen interpretatie van de afkorting ‘FEC’ en de term ‘Openbare Carnavalsviering’.

- Federatie Eindhovens Carnavalsverenigingen, werd ‘Federatie Eindhovens Carnaval’.
De verenigingen kwamen niet meer in het stuk voor. De verenigingen dienden zich met voorbij gaan aan het eigen belang, in dienst stellen van het Eindhovens Openbaar Carnaval, en dat zou, na later bleek, alleen op de Markt en directe omgeving kunnen plaats vinden.

- Openbare carnavalsviering werd vertaalt in ‘het Openbare Eindhovense Carnaval’.
Volgens mij is het tegenovergestelde van een Openbare Carnavalsviering, een Besloten Carnavals-viering, dus iets met een verplicht lidmaatschap en/of hoogdrempelige entreeprijzen. Als wij de ‘statutair vastgelegde’ doelstelling van het FEC lezen, begrijpen we daaruit dat het FEC het ‘vrij toegankelijke, in en uitloop’ carnaval in heel Eindhoven wil stimuleren en coördineren.
De Kolderstralen doen mee, onze bals zijn al sinds jaar en dag: “vrij entree, iedereen is welkom”.

Wij en vele met ons, lezen de doelstelling echter verkeerd. Het FEC bestuur interpreteert en handelt naar het motto: de eigen (FEC) kinderen eerst, want het Lampegatse Openbare Carnaval bestaat tenslotte uit door het FEC, en/of derden georganiseerde Binnenstadse activiteiten.
(zie lijst blz. op 4 en 5 !)

Dat de in 1991 aangenomen aanbevelingen daarbij met voeten worden getreden is een denkwijze van.
oude mannen uit de vorige eeuw.
Een van de aanbevelingen was: Uitbouwen van huidige evenementen, geen nieuwe.
Het FEC bestuur was evenwel van mening dat de herinrichting (?) van de Binnenstad een prima gelegenheid bood voor grote, gratis evenementen. Wat de verenigingen bedoelen met de kreet ‘concurrentie’ begrijpt men nog steeds niet. Iedereen heeft toch dezelfde mogelijkheden??
In het begin werd, na men zegt, nog rekening gehouden met de belangen van de aangesloten verenigingen, en organiseerde men tijdens het carnavalsweekend nog geen avondactiviteiten. Maar dat was snel voorbij. Een spelletje Monopolie is pas afgelopen als één partij alles in bezit heeft.

Hierbij kom ik op het tweede verwijt: Monopolisme.
Het FEC bestuur is van mening dat er in Eindhoven maar plaats is voor eén prins. Een prins voor de gehele stad Eindhoven, zijn eigen Lampegat. Ze durft nog niet zo ver te gaan om te zeggen dat er ook maar ruimte is voor één vereniging, de Federatie (of Stichting!) Eindhovens Carnaval, maar stelt wel dat de verenigingen in toenemende mate ondersteuning zullen moeten verlenen voor het Openbare Eindhovense Carnaval, dat, zoals men inmiddels weet, in de Binnenstad plaats vindt. Indien nodig moet de verenigingen het eigen belang ( of voortbestaan) maar aan de kant zetten.

Voorbeeld:
In de Uitbeller van 2003 staat boven een kolom: Mooie (kinder)optocht, ondanks verenigingen
Citaat: “Nog steeds zijn er verenigingen die in hun residentie Kindercarnaval organiseren op zondagmiddag, met dezelfde aanvangstijd als de Kinderoptocht.” De verenigingen zouden ‘met aanhang en een kapel natuurlijk’ in de bus naar de binnenstad moeten komen.

De kans is groot dat de schrijver(-fster) tijdens het carnaval nooit buiten de binnenstad komt, en daardoor ook niet kán weten, dat de diverse “alleen aan het eigenbelang denkende” verenigingen, waaronder de Kolderstralen, dit al tientallen jaren organiseren. Onbekend is blijkbaar ook, dat het Kindercarnaval een familiemiddag is, waarbij in vele gevallen drie generaties Kolderstralen, de grootouders, ouders en hun kinderen, gelijktijdig aanwezig zijn. Onbekend is natuurlijk ook het feit dat de Kindermiddag, behalve een van de leukste, ook (naast de prinskeuze) het belangrijkste onderwerp van gesprek is binnen de vereniging, en dat daar veel moeite voor gedaan wordt, van het organiseren van een Vlooienmarkt, t/m het creatief invullen en aankleden van het thema.
Hij of zij weet natuurlijk ook niet dat de verenigingen het op die middag zonder kapellen moeten doen, want die zijn namelijk al weggezogen door het Kapellenfestival op diezelfde zondagmiddag. (Maar, ja dat is een FEC activiteit).

Dat het op de Binnenstad gerichte initiatief van mevrouw van Alphen nauwelijks twee jaar oud is, onvoldoende belangstelling wekt, en dus blijkbaar niet voldoet aan een behoefte, is een detail.
Ook is de kans groot dat het FEC bestuur zich distanciëert van bovengenoemd artikel.
Misschien dat het FEC bestuur de organisatoren (?) van deze Kinderoptocht, ook eens de aanbeve-lingen moet voorleggen, die in de FEC beleidsnota naar de verenigingen wordt gedaan, waar het gaat over het bestaansrecht. Niet zeuren over concurrentie, maar de hand in eigen boezem steken. Geen bestaansrecht, dan stoppen.

Opvallend is de commercieel gerichte ondertoon in de beleidsnota. Het woord financiën, en of financieel komt opvallend veel voor. Alsof carnaval en commercie synoniemen zijn. Wij zien het Carnaval bovenal als een sociaal gebeuren. Binnen de relatieve kleinschaligheid van de huidige verenigingenstructuur kennen we elkaar, als John, Leen, of Truus van vereniging ‘zo en zo’ , en zo benaderen we elkaar ook. In het door het FEC bestuur gewenste massale Binnenstadse of Lampegatse Carnaval gaan we op in de massa, en worden we allemaal: “X”, een consument.
Wij vragen ons overigens ook af of het publiek alleen komt voor de artiesten, of komt het om in een gezellige sfeer met elkaar te praten, te drinken en te dansen.

Tot slot:
De Kolderstralen vragen het Federatiebestuur niet om een financiele bijdrage. We kunnen onze contributie nog steeds betalen. Wat wij wel vragen is het eerherstel en de handhaving van de aan-bevelingen uit 1991, en een einde van de stiefmoederlijke arrogantie en het monopolie spel.

C.V. De Kolderstralen

 

Klik hier en download deze brief naar uw eigen systeem